![]() |
|||||
![]() |
||||||
In april 2010 is Pien’s dichtbundel geheimend blauw verschenen, met het bovenstaande titelgedicht. Bij de presentatie op 10 april hield de letterkundige en linguist Ad Haans een helder en boeiend betoog over de dichtkunst in het algemeen en die van Pien in het bijzonder. Ad Haans sprak onder andere over Pien’s subtiele observaties en haar aquarelleren met de taal. Hij schroomt niet de gedichten van Pien te vergelijken met die van Lucebert, Bloem, Herzberg, Vasalis en zelfs Rilke. De volledige tekst van Ad Haans kunt u vinden op de pagina geheimend blauw, waar tevens de gedichten staan die hij noemt in zijn betoog. Ook is er een korte foto-impressie van de presentatie is te vinden. Hieronder volgen nog twee gedichten uit de bundel geheimend blauw: ‘Cap Blanc Nez’ en een iets verkorte versie van het gedicht ‘wachten’. Voor de goede orde zij vermeld dat in de bundel geen foto’s staan. |
||
![]() |
||
![]() |
||
Letterkundige Roelie Koning over Pien’s debuutbundel Zinder: Deze poëzie is geworteld in levenskunst: het vermogen om te genieten van wat rondom is en ons bestaan bekleedt: zon, regen, riet, boom, vogel, de geliefde, de moeder als jonge en oude vrouw. De gedichten laten ons de schoonheid en bijzonderheid ervaren van wat bekend en vertrouwd is. Dat geldt ook voor de taal zelf. Dit dichtwerk wordt gedragen door bevlogen aandacht voor klank, diepte van betekenis, gevoelswaarde, verrassende verbanden. Spel en zorgvuldige omgang gaan daarbij hand in hand. Het resultaat is van een grote schoonheid. |
||
![]() |
||
![]() |
||
![]() |
||
![]() |
||
![]() |
||
![]() |
||||
![]() |
||||
Zes genomineerden voor stadsdichter in de Centrale Bibliotheek van Breda, 2006. Van links naar rechts: Arta Verdonk, Ben Verschuren, Frans A Brocatus, Pien Storm van Leeuwen, Olaf Douwes Dekker en Kees van Meel. |
||